Een energielabel wordt vaak gelezen als één letter: A of G, groen of rood. Onder die letter zit een berekening die veel meer laat zien dan alleen een rapportcijfer. Op dit moment staat er onder de letter ook een getal — het berekende primaire fossiele energiegebruik per vierkante meter woonoppervlak, in kWh/m² — en daaromheen een reeks gegevens die samen bepalen waar een woning staat en wat er te verbeteren valt.
Drie bouwstenen van de berekening
De energieprestatie van een woning wordt bepaald aan de hand van drie onderdelen: de kwaliteit van de isolatie (muren, dak, vloer, ramen, deuren en panelen), de ventilatie, en de installatie voor verwarming en warm water. Samen bepalen die drie hoeveel energie een woning nodig heeft — en daarmee waar op de schaal van A++++ tot G ze uitkomt.
Gas en elektriciteit tellen niet gelijk
Bij de berekening telt gas voor 100% als fossiele energie. Elektriciteit wordt gewogen met de gemiddelde Nederlandse energiemix. Daardoor komt een elektrische oplossing op papier gunstiger uit dan een vergelijkbare gasoplossing.
Meer dan alleen de letter
Naast de klasse zelf staat er sinds de vernieuwing van het label meer op:
- CO₂-uitstoot, berekend met de landelijke gemiddelden voor elektriciteit. Een eigen contract voor groene stroom telt daar niet in mee — de berekening gaat uit van het nationale gemiddelde, niet van wat er persoonlijk is afgesproken met een energieleverancier.
- Aandeel hernieuwbare energie, alleen op basis van vaste installaties aan de woning zelf — een warmtepomp, zonnepanelen of een zonneboiler. Stroom die via het energiecontract al “groen” is ingekocht, telt hier niet voor mee.
- Risico op oververhitting in de zomer, apart gemeten. Vaste, buitenliggende zonwering — screens, luiken, een vaste overkapping — verlaagt dat berekende risico.
- Lokale uitstoot van de verwarmingsinstallatie zelf: de directe verbranding van een vaste installatie in huis. Koken op gas of stoken op hout of pellets telt hier niet in mee; een volledig elektrische installatie scoort op dit punt het beste.
Wat er verder op het label staat
Naast de berekening zelf staan ook het woningtype, het bouwjaar en de gebruiksoppervlakte vermeld — gegevens die de basis vormen voor de vergelijking met andere woningen.
Welke maatregelen het label noemt
Het label wijst ook richting verbetering, met een voorkeur voor:
- Verwarming en warm water: een warmtepomp, volledig elektrisch of hybride.
- Een zonneboiler, die ongeveer de helft van het gasverbruik voor warm water kan besparen.
- Ventilatie met warmteterugwinning.
- Zonnepanelen, die de score duidelijk verbeteren — ook als de regeling rond het terugleveren van zelfopgewekte stroom op termijn verandert, telt dat niet mee in de berekening van het label zelf.
- Een thuisbatterij wordt daarentegen niet zomaar aangeraden: die levert op het label weinig direct voordeel op, tegenover relatief hoge kosten en de milieubelasting van de productie ervan.
De Standaard voor woningisolatie
Voor isolatie geldt een eigen richtlijn: de “Standaard voor woningisolatie”, met een streefwaarde per bouwdeel. Het advies daarbij is om één bouwdeel in één keer volledig te isoleren, in plaats van overal een beetje te doen. Bestaande, deels aangebrachte isolatie hoeft niet zomaar verwijderd en opnieuw gedaan te worden, tenzij er toch al een volledige renovatie gepland staat. Het dichten van kieren en naden geldt daarbij als een belangrijke aanvullende maatregel — zonder dat is isolatie alleen minder effectief.
Tot slot
Dit artikel legt de werking van het label in algemene zin uit; voor de specifieke uitkomst bij jouw eigen pand blijft een opname ter plaatse nodig. Onze adviseurs stellen energielabels vast volgens de landelijke rekenmethode NTA 8800 en zijn daarvoor zelf gecertificeerd volgens BRL 9500-W. Wil je weten waar jouw woning of bedrijfspand nu staat, dan kijken we dat graag met je na. Meer over energieprestatieadvies