De herziene Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD IV) raakt niet alleen kantoren. De komende jaren komen ook winkels en hotels onder strengere eisen te liggen. Nederland voert de richtlijn in drie stappen in, en voor retail- en hotelvastgoed is er, volgens een analyse van Savills, nog een flinke inhaalslag te maken.
Drie stappen, tot en met 2033
- 29 mei 2026 — het energielabel heeft sindsdien een vernieuwd ontwerp, met aanvullende prestatie-informatie. Ook monumentale panden vallen vanaf die datum onder de labelplicht.
- 2030 — naar verwachting komt er dan een minimale energieprestatie-eis (MEPS) voor alle utiliteitsgebouwen, vermoedelijk minimaal label D. Tegelijk wordt de labelschaal vereenvoudigd: de tussenliggende plusklassen (A+, A++, A+++) vervallen, terug naar een schaal van A tot en met G.
- 2033 — de minimumeis stijgt dan waarschijnlijk verder, naar label C.
Dit zijn, zoals de bewoordingen hierboven al aangeven, nog geen vaststaande Nederlandse regels voor 2030 en 2033: de EPBD-herziening ligt vast op Europees niveau, maar hoe Nederland de verplichte minimumlabels voor utiliteitsgebouwen exact invult, moet nog landen in wetgeving. Voor 29 mei 2026 geldt dat al wel.
Winkels en hotels lopen nu al achter
Savills Nederland bracht in kaart hoe retail- en hotelvastgoed er nu voor staat, en dat beeld is niet gunstig. Van het winkeloppervlak heeft 49% op dit moment nog helemaal geen energielabel; bij hotels is dat met 54% van het vloeroppervlak nog hoger. Kijk je naar de mogelijke 2033-eis van label C, dan voldoet nu slechts 4% van het winkeloppervlak daar al aan; bij hotels is dat met bijna 10% iets beter, maar nog altijd een kleine minderheid. Savills verwacht zelf ook niet dat alle winkels en hotels die nu nog geen label hebben, straks automatisch op label C of beter uitkomen: daar is in veel gevallen eerst nog een verduurzamingsslag voor nodig.
Wat de kantorenmarkt al liet zien
Een vergelijkbaar traject liep bij kantoren al eerder: sinds de invoering van de minimumlabels daar in 2023 betaalden huurders meer voor een pand met een beter label, en kantoren met label D of lager kregen een lagere waardering. Iris Kampers (director ESG) en Yiota Vasilakos (ESG-advisor) van Savills verwachten een vergelijkbaar effect voor retail en hotels zodra de eisen ook daar gaan gelden. Kees van Vilsteren, director Valuations bij Savills, verwoordt het zo: vastgoedeigenaren moeten bij “bruine” objecten — panden die nog niet aan de toekomstige eisen voldoen — rekening houden met een verduurzamings-CAPEX in de waardering van hun pand.
Savills raadt verhuurders van winkelvastgoed daarom aan om nu al bepalingen over installatiekeuzes in huurcontracten op te nemen, en elke vastgoedeigenaar om inzicht te krijgen in hoe de eigen portefeuille er op dit vlak voor staat.
Wat dit betekent voor eigenaren en beheerders
Met 2030 en 2033 als richtpunt is er tijd om dit gefaseerd aan te pakken, maar niet onbeperkt: een pand zonder label, of met een lage klasse, vraagt eerst om een opname voordat er een onderbouwd verduurzamingsplan ligt. Voor veel eigenaren begint dat bij een energielabel voor het bedrijfspand: daarmee staat vast waar een pand nu staat, en wat er nodig is om op tijd aan de toekomstige eis te voldoen.
Dit artikel beschrijft de stand van zaken op basis van de EPBD-herziening en het onderzoek van Savills zoals dat nu bekend is; de precieze Nederlandse uitwerking voor 2030 en 2033 staat nog niet vast. Wil je weten waar jouw winkel-, horeca- of hotelpand nu staat, dan denken we graag met je mee.
Wij breiden hierop uit
Deze ontwikkeling raakt niet alleen onze klanten: ook bij Jobse zelf groeit de vraag naar EPA-U-opnames. Ben je EPA-U-adviseur, of EPA-W-adviseur en toe aan de volgende stap? Bekijk de vacature voor energieprestatieadviseur utiliteit.
